Docmakers
De Tegenprestatie
De Tegenprestatie
De Tegenprestatie
De Tegenprestatie
De Tegenprestatie
De Tegenprestatie
De Tegenprestatie

De Tegenprestatie

Een film van Monique Lesterhuis en Suzanne Raes

In de huidige voor-wat-hoort-wat-maatschappij krijg je niet meer ‘zomaar’ een bijstandsuitkering, daar moet je iets voor terugdoen. De gemeente Rotterdam kent al langer een verplichte tegenprestatie en staat bekend als een van de strengste gemeentes van Nederland. Iedereen, ongeacht opleiding of leeftijd, moet hier iets doen voor zijn uitkering. En dat kan ook papierprikken zijn.

De documentaire De Tegenprestatie schuift - letterlijk - aan tafel bij de Dienst Werk en Inkomen in Rotterdam en onderzoekt deze cultuuromslag.

Het materiaal van De Tegenprestatie werd, samen met een aantal aanvullende interviews verwerkt in een elearningproject dat door Divosa gebruikt zal worden in trainingen van hun medewerkers.

uitzending

19 oktober 20.25 NPO2
13 januari 2016 Panorama VRT

Vertoningen

- NFF 2016 (Winnaar Gouden Kalf 2016 voor Beste Korte Documentaire)

- Diverse vertoningen door de Beroepsvereniging voor Klantmanagers (BVK) in het kader van scholing, waaronder vertoning tijdens de lancering van de community-site voor Klantmanagers en vertoning tijdens het Congres van BVK

- Diverse vertoningen georganiseerd door Divosa, ( vereniging voor directies van Sociale Diensten), waaronder vertoning en workshops met consulenten uit de film, tijdens het najaarscongres 2015 Divosa en vertoningen tijdens verschillende regiobijeenkomsten .

- Vertoning + debat, debatcentrum Lux Nijmegen, december 2016

E-learning

E-learning programma ontwikkeld voor klantmanagers met educatieve filmpjes gemaakt uit het filmmateriaal. Deze is verspreid onder alle sociale diensten.

Related news

Het Gouden Kalf voor De Tegenprestatie

Het Gouden Kalf voor De Tegenprestatie
01-10-2016

Supertrotse Docmakers zijn we op onze Suzanne Raes en Monique Lesterhuis die gisteravond in… >> lees meer Supertrotse Docmakers zijn we op onze Suzanne Raes en Monique Lesterhuis die gisteravond in Utrecht het Gouden Kalf voor Beste Korte Documentaire binnensleepten voor de Tegenprestatie!

Related news

Gouden Kalf nominatie De Tegenprestatie

Gouden Kalf nominatie De Tegenprestatie
01-09-2016

En jawel, De Tegenprestatie is genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste korte documentaire!… >> lees meer En jawel, De Tegenprestatie is genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste korte documentaire! De film is nog te zien op de Nederlands Film Festival op:

Donderdag 22-09-2016 om 21:15 uur in Louis Hartlooper Complex 3
Zaterdag 24-09-2016 om 11:30 uur in Louis Hartlooper Complex 3

Related news

De tijden zijn bekend

De tijden zijn bekend
18-08-2016

De tijden zijn bekend voor onze twee films op het NFF. Kom kijken!

Boudewijn…
>> lees meer De tijden zijn bekend voor onze twee films op het NFF. Kom kijken!

Boudewijn de Groot - Kom nader

Donderdag 22-09-2016 om 16:15 uur in Rembrandt 2
Vrijdag 23-09-2016 om 16:15 uur in Louis Hartlooper Complex 4

De tegenprestatie
Donderdag 22-09-2016 om 21:15 uur in Louis Hartlooper Complex 3
Zaterdag 24-09-2016 om 11:30 uur in Louis Hartlooper Complex 3


Related news

Gouden Kalveren Competitie

Gouden Kalveren Competitie
10-08-2016

De Tegenprestatie is geselecteerd voor de Gouden Kalverencompetitie op het Nederlands Filmfestival en zal tussen 21 en 30 september daar verschillende malen vertoond worden.

Related news

Artikel de Groene Amsterdammer

Artikel de Groene Amsterdammer
Walter van der Kooi, 05-11-2015

Voor niks gaat de zon op

Vier jaar geleden was bij Human de documentaire Sta me…
>> lees meer Voor niks gaat de zon op

Vier jaar geleden was bij Human de documentaire Sta me bij van Monique Lesterhuis en Suzanne Raes te zien. Over bijstand in de gemeente Zutphen. Die leek daar en elders soms ‘eeuwigdurend recht’ maar guurder economisch en politiek klimaat vereisten een strengere aanpak waarin beroep werd gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van betrokkenen om eruit te raken. Dat bleek lastig: de betrokken groep was heterogeen in mogelijkheden en bereidwilligheid en ambtenaren zaten niet op één lijn. Zo geloofde strenge Debbie in ‘handen uit de mouwen’, maakbaarheid en controle en liep Bruno over van begrip voor zijn klanten.

Nu hebben Lesterhuis en Raes een vervolg gemaakt. Héél anders, want de locatie is deze keer de Dienst Werk en Inkomen Rotterdam waar de populatie aan beide kanten van het bureau beduidend veelkleuriger is, en de taalproblemen navenant groter, net als de schaal waarop gewerkt wordt. Rotterdam telt 38.000 bijstandsontvangers van wie 18.000 op grote afstand van de arbeidsmarkt. Rotterdam is ook de stad van Fortuyn, Sörensen, Pastors, Eerdmans en Leefbaar. Niet dat die op een of andere manier aan bod komen in de film, maar je kunt het beleid niet los zien van de recente politieke geschiedenis. Daarin is ‘Bruno’ een soort ‘Ötzi de ijsman’ geworden – mummie uit vervlogen tijden. Rotterdamse ambtenaren zijn en worden bijgeschoold, getraind en gedirigeerd richting Debbie.

Bijstand mag een recht zijn, maar de nadruk op de plicht er zo snel mogelijk uit te raken en de verplichtingen die dat met zich meebrengt doen de gevoelswaarde richting ‘gunst’ schuiven. Centraal daarin staat de ‘tegenprestatie’: u krijgt geld maar voor niks gaat de zon op. En ja, dat kan papier prikken betekenen in fel gekleurde hesjes (soms op plekken waar geen papier ligt). ‘Daar zullen velen van u best moeite mee hebben’, zegt een ambtenaar, ‘maar probeer het zo positief mogelijk te benaderen. Dit zijn nu eenmaal de afspraken en daar houden we ons aan: u zolang u een uitkering hebt, ik zolang ik hier ambtenaar ben.’ Een curieuze vergelijking.

Tot de verplichtingen kan ook ook vrijwilligerswerk behoren, waarvan een cliënt de paradox droogkomisch analyseert. Tegenover een ambtenaar die er de lol van inziet en in een deuk ligt – uitzonderlijk, omdat de repeterende gesprekken waaruit de documentaire is opgebouwd, zij het met steeds andere ambtenaren en klanten, als een soort minimal music met minimale verschuivingen werkt binnen een streng stramien. Nerveuze klanten, zakelijke ambtenaren wier beslissingsvrijheid tot nul is teruggebracht. Hun ‘target’: jaarlijks minimaal tweehonderd tegenprestaties noteren. En niet ‘leuk bezig zijn’ maar precies invullen‘wat, waar, wanneer en hoe’. Formaliseren is de leus!

Dat spiegelt zich in houding en toon. En in voor klanten vaak onbegrijpelijk ambtelijk jargon, zoals ‘formaliseren’. Ik vind het lastige materie en sommige klanten querulanten, misschien simulanten. Maar de methode voelt beroerd aan in een krappe arbeidsmarkt waarin je als sollicitant boven de veertig sowieso uitgelachen wordt. En hij is schaamteloos in het soort vragen dat klanten moeten beantwoorden om hun uitkering te behouden. Van ‘hoe vaak laat iemand merken dat zij/hij om u geeft?’ tot ‘had u wel eens het gevoel dat uw leven geen zin heeft?’ Dat lijkt mij nou weer iets voor Kamervragen. Een fraai gemaakte, verhelderende film.

Monique Lesterhuis, Suzanne Raes, De tegenprestatie,
Human, maandag 19 oktober, NPO 2, 20.25 uur.

Related news

Première en debat De Tegenprestatie

Première en debat De Tegenprestatie
02-11-2015

Op 15 oktober ging De Tegenprestatie in premiere in debatcentrum Arminius in Rotterdam, de… >> lees meer Op 15 oktober ging De Tegenprestatie in premiere in debatcentrum Arminius in Rotterdam, de stad waar de film zich afspeelt. Met een actie van de FNV voor de deur en een groot gemêleerd publiek werd het een mooie en soms verhitte avond.

Er was een pittig debat met kritische vragen voor staatssecretaris Jetta Klijnsma en wethouder Maarten Struijvenberg, maar ook bewondering en respect voor het lef van de gemeente Rotterdam, de consulenten en werkzoekenden om zich te laten filmen. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan het debat over de vraag die ons allemaal aangaat: wat mogen gemeentes terugvragen in ruil voor een bijstandsuitkering?

Related news

Artikel Sprank De Tegenprestatie

Artikel Sprank De Tegenprestatie
Anneke Nunn, 22-10-2015

In De tegenprestatie, een documentaire over de bijstandspraktijk in Rotterdam, is de kijker… >> lees meer In De tegenprestatie, een documentaire over de bijstandspraktijk in Rotterdam, is de kijker getuige van spreekkamergesprekken, van intake tot maatregel. Wat opvalt is de verschillende kijk die werkzoekenden (‘ik heb recht op een uitkering’) en medewerkers (‘een uitkering is niet vrijblijvend’) eropna houden. Wat vindt concerndirecteur Werk & Inkomen Vincent Roozen van de film?

Als je filmmakers meer dan een half jaar alle vrijheid geeft, laat je je van je kwetsbaarste kant zien”, zegt Vincent Roozen, sinds negen maanden concerndirecteur Werk & Inkomen van de gemeente Rotterdam. “Ik moet bekennen dat ik het best spannend vond dat mijn voorganger en de toenmalige wethouder dat hebben aangedurfd. Zeker omdat we altijd heel kritisch bekeken worden, binnen en buiten de stad. Waar andere organisaties zich dan al gauw terugtrekken achter persverklaringen, willen wij juist laten zien dat we niets te verbergen hebben. Welke organisatie durft dat aan? We hebben natuurlijk wel gevraagd welke collega’s eraan wilden meewerken. Ook de werkzoekenden die je ziet hebben toestemming gegeven.”

LEREN EN VERBETEREN
Anders dan zijn medewerkers heeft Roozen De tegenprestatie op het moment van dit interview al gezien. “De film brengt goed in beeld waar werkzoekenden en klantmanagers mee worstelen. De sociale zekerheid is veranderd. Onze professionals hebben die slag al gemaakt, maar werkzoekenden nog niet. Die zijn verrast dat we hen vragen om iets terug te doen en reageren daar heel wisselend op. Het goed laten verlopen van het gesprek vraagt meer van klantmanagers dan vroeger. Ik ben er trots op hoe goed ze dat al doen. Natuurlijk dacht ik weleens: Oeps, had je dat niet anders kunnen zeggen?, maar waar gebeurt dat niet? Ik heb geen aanleidingen gezien om het roer morgen radicaal om te gooien. Ik sta achter mijn medewerkers en verwacht dat ze de film zullen aangrijpen om in gesprek te gaan over hun werk, om van elkaar te leren. De nieuwe aanpak van de laatste twee jaar en het loskoppelen van werk en inkomen heeft ons veel opgeleverd en dat staat ook niet ter discussie. We verstrekken nu een veel hoger percentage van de uitkeringen rechtmatig. In de film zie je dat er soms wel iets misgaat in de overdracht. Dat is een van de onderdelen die we moeten gaan verbeteren. En we moeten medewerkers blijven professionaliseren en scholen in gesprekstechnieken.”

KARIKATUREN ONTZENUWEN
Geeft de film ook de buitenwacht een genuanceerder beeld? Roozen denkt van wel. “Er wordt vaak een karikatuur gemaakt van onze aanpak. Het gaat er altijd maar over dat mensen moeten vegen. Terwijl een tegen prestatie ook mantelzorg of vrijwilligerswerk kan zijn voor mensen die ver van werk afstaan. Bij hen zoeken we vooral naar wat iemand nog wel kan. We hebben de naam streng te zijn, maar de documentaire laat zien dat we werkzoekenden tegelijkertijd heel netjes behandelen. We moeten ons ervan bewust zijn hoe het voelt om na jaren hard werken een uitkering aan te vragen; wat afhankelijk zijn van een uitkering betekent in het leven van mensen. Ook in de film krijgt de werkcomponent in verhouding veel aandacht. Je ziet niet goed dat dit maar een klein onderdeeltje is van het traject WerkLoont, naast zoiets als sollicitatietraining. En lang niet al onze werkzoekenden doorlopen dat traject: het gaat om een klein deel van de werkzoekenden met weinig afstand tot de arbeidsmarkt; ongeveer 4,5 procent van het hele bestand. Bij tevredenheidsonderzoeken krijgen we uiteenlopende reacties. Vooral hoogopgeleiden zetten vraagtekens bij het nut van papier prikken, maar er zijn ook mensen die deze activiteit juist waarderen. We bieden naast het collectieve programma ook onderdelen op maat aan bepaalde groepen aan, van digibeten tot hbo-geschoolden. Maar daar zit een grens aan binnen het participatiebudget.”

WERK, WERK, WERK
Roozen gelooft in de aanpak van WerkLoont. “Ik werk al mijn hele leven in Rotterdam – hiervoor als directeur GGD en eerder bij volkshuisvesting – en ik ben steeds beter gaan zien dat het pas goed gaat met mensen als ze werk hebben. Werk is de beste manier om een gemeenschap vooruit te helpen, zeker in Rotterdam met ruim 38 duizend mensen in de bijstand. Inclusief gezinsleden hebben we het over 100 duizend mensen. We moeten zoeken naar manieren om die groep de komende jaren kleiner maken, ook samen met het bedrijfsleven. Daar heeft de samenleving veel profijt van en het scheelt meer dan half miljard aan belastinggeld. WerkLoont is daarvoor een effectief instrument. Het heeft landelijk een van de hoogste uitstroompercentages, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Zo is het in 2014 6,5 procent van de werkzoekenden, bijna 2.500 mensen, gelukt om werk te vinden. Daar is bij de buitenwacht veel minder aandacht voor.”

IN DEBAT
Het Rotterdamse vertrouwen in de documentairemakers is beloond, vindt Roozen. “Iedereen die een zwart-witbeeld heeft van ons werk moet echt naar deze film kijken. Door de manier van filmen, het camerastandpunt en de stiltes is De tegenprestatie indringend en integer geworden. De film vormt een mooie aanleiding om het gesprek aan te gaan over hoe we binnen de kaders van de wet het beste uitvoering kunnen geven aan het beleid.” Hij kijkt dan ook uit naar de filmpremière op 15 oktober in Rotterdam en het debat dat daarbij is gepland met Jetta Klijnsma, wethouder Maarten Struijvenberg, de documentairemakers, werkzoekenden en medewerkers. *

De tegenprestatie van Monique Lesterhuis en Suzanne Raes, het vervolg op Sta me bij uit 2011, is op 19 oktober uitgezonden door Human en nog terug te kijken via Uitzending gemist.

Related news

Artikel VPRO Gids

Artikel VPRO Gids
Lokien de Bie, 21-10-2015

Aan het werk!

Sinds de invoering van de participatiewet is een bijstandsuitkering…
>> lees meer Aan het werk!

Sinds de invoering van de participatiewet is een bijstandsuitkering een
voorziening waarvoor je iets terug moet doen. Voor hun documentaire
De tegenprestatie volgden Monique Lesterhuis en Suzanne Raes hoe de sociale dienst van Rotterdam dit beleid uitvoert.

In 2010 maakten Monique Lesterhuis en Suzanne Raes de opmerkelijke documentaire Sta me bij, over de sociale dienst in Zutphen (972 mensen in de bijstand). Maandenlang volgden zij twee ambtenaren, ‘klantmanagers’ in het jargon van de dienst, elk met een totaal verschillende aanpak: empathische Bruno, die ‘zijn’ uitkeringsklanten met veel persoonlijke aandacht en huisbezoekjes in de regeling trachtte te houden (‘je moet iemand blijven prikkelen anders is hij weg’), en zijn even betrokken collega Debbie, die bijstandsaanvragers op hun eigen verantwoordelijkheid aansprak (‘ik heb daar geen tijd voor, hier houdt het voor mij op’). Het verschil in aanpak leverde een boeiend schouwspel op, waarbij de sympathie van de kijker door de uiteenlopende methodes telkens wisselde: was Bruno niet iets te aardig voor zijn klanten? Of was Debbie te ambitieus in haar pogingen om klanten aan een baan te helpen en verloor zij daarbij de menselijkheid uit het oog?

In hun recente film voor de Human De tegenprestatie richten Lesterhuis en Raes opnieuw de camera op ambtenaren sociale dienst en uitkeringsklanten. Ditmaal vertoeven we langdurig in de spreekkamers van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Rotterdam (38.000 mensen in de bijstand). Een wereld van verschil. Niet alleen door de grootschaligheid van de dienst; vooral het volstrekt verschillende beleid valt op. ‘Je zou kunnen zeggen dat de Debbie-aanpak heeft gewonnen,’ beaamt Suzanne Raes, ‘zeker in Rotterdam.’

Spraakmakend
Sinds de verzorgingsstaat plaats heeft moeten maken voor de participatiesamenleving wordt van burgers meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid geeist. Raes: ‘Toen ons gevraagd werd om een vervolgfilm over de sociale dienst te maken, waren we vooral nieuwsgierig naar het effect van de nieuwe participatiewet. Want het betekent een enorme omslag voor zowel burgers als sociale diensten dat een bijstandsuitkering niet langer zomaar een recht, maar een voorziening is waarvoor je iets terug moet doen.’ De documentairemakers besluiten niet een tweede keer naar Zutphen te gaan, maar naar Rotterdam, voorloper in deze nieuwe ontwikkeling. Monique Lesterhuis: ‘Spraakmakende voorloper, want een paar jaar geleden stuurde de Rotterdamse pvda-wethouder Marco Florijn werklozen met bussen naar het Westland om in de kassen te gaan werken. Dat haalde alle kranten. Rotterdam profileert zich als “werkstad” met stoere taal: kom op, aan het werk, iedereen moet iets doen.’ ‘Werk Loont’ luidt het nieuwe credo van de sociale dienst Rotterdam. Op de site van de gemeente staat het zo: ‘Een uitkering is tijdelijk. Heeft u (nog) geen regulier werk dan verwacht de gemeente dat u er alles aan doet om werk te vinden. U volgt het Werk Loont-programma, of u verricht een maatschappelijke inspanning in ruil voor de uitkering. Dat noemen wij een tegenprestatie.’ Dat die tegenprestatie voor een groot aantal mensen, ongeacht opleiding of werkervaring, een dag per week papier prikken betekent blijft hier nog onvermeld.

Bluffen
Raes: ‘In de spreekkamers gaat het alleen nog maar over werk, in alle trajectonderdelen zit dat woord verwerkt: de werkdiagnose, het werkoverleg. En de vroegere klantmanager heet nu werkconsulent.’ Na maanden zonder camera ‘rondhangen’, meeluisteren, de consulenten leren kennen, hun vertrouwen winnen door te laten zien dat ze er serieus in duiken, is het zover dat er – over een periode van een jaar – gefilmd kan worden. En ook deze keer vormen de gesprekken tussen ambtenaren sociale dienst en bijstandsgerechtigden de rode draad in de film. In een vast beeldkader zien we steeds wisselende werkconsulenten (herkenbaar aan het naar hem of haar toegekeerde computerscherm) in gesprek met cliënten (werkzoekenden in het nieuwe jargon). Die gesprekken lijken soms wonderlijke toneelstukjes voor twee spelers met diametraal tegenover elkaar staande rollen: Consulent: ‘Je hebt nu een uitkering aangevraagd, of je hem krijgt weet ik niet, daar ga ik niet over.’ Cliënt: ‘Dat zou helemaal mooi zijn dat ik hem niet krijg. Ik ben Nederlander, ik weet hoe het werkt, iedereen heeft recht op een uitkering.’ Consulent: ‘Nee, u heeft recht om een uitkering aan te vragen.’ Soms een amusant toneelstukje. Consulent: ‘Waar solliciteert u op, productiewerk?’ Cliënt: ‘Nee, daar heb ik geen ervaring mee. ’Consulent: ‘Geeft toch niet, volgens mij kun je dat hartstikke goed. Gewoon zeggen dat je daar goed in bent; beetje bluffen mag tegenwoordig op de arbeidsmarkt.’

Dreigen
Soms oogt het wrang, bijvoorbeeld als een zeer gemotiveerde mevrouw, die driemaal slechts een kortlopend contract kreeg aangeboden, voor de zoveelste keer het hele Werk Loont-traject moet doorlopen. Of de zestigjarige meneer die vier sollicitatiebrieven per week dient te schrijven – verplicht onderdeel van het inspanningsplan – terwijl iedereen weet dat zulke brieven door geen enkele werkgever zelfs maar gelezen worden. Raes: ‘Er heeft een enorme verandering plaatsgevonden. De meeste mensen vinden het logisch dat als ze een uitkering krijgen, ze er iets voor moeten terugdoen. Maar het is belangrijk hoe je die boodschap brengt. Er wordt in sommige gevallen onnodig gesproken over verplichting en gedreigd met korting van de uitkering.’ Lesterhuis: ‘Nee, dat heet: u komt in aanmerking voor een maatregel.’ Raes: ‘Betekent gewoon een maand zonder geld. Mensen die dertig jaar gewerkt hebben, door de crisis hun baan kwijtraken en noodgedwongen bij de sociale dienst terechtkomen, wat iedereen kan overkomen, worden behandeld of het aan hen ligt dat ze geen werk hebben. Tegelijkertijd is dit beleid succesvol; het aantal mensen dat een uitkering aanvraagt neemt af. Ik hoop de kijker met onze film aan het denken te zetten over hoe ver hun gemeente kan gaan bij het vragen van een tegenprestatie.’

Related news

Artikel NRC De Tegenprestatie

Artikel NRC De Tegenprestatie
Thomas de Veen, 20-10-2015

Ze zitten te zenuwpezen. We zien een man die eerst een Mercedes had en nu alleen nog een fiets.… >> lees meer Ze zitten te zenuwpezen. We zien een man die eerst een Mercedes had en nu alleen nog een fiets. We zien een kapster die haar huur niet meer kan betalen. We zien een lieve, grijze dame die 157 sollicitatiebrieven heeft verstuurd en nergens op gesprek mocht komen. Maar dat weten we dan, aan het begin, nog niet. We zien hen respectievelijk aan zijn sikje kriebelen, verbeten voor zich uit kijken of op haar lip bijten. Ze zitten aan een tafel in een onbestemde kantooromgeving. Wachtend op, zo blijkt weldra, de gemeenteambtenaar die slecht nieuws heeft over hun bijstandsuitkering.
Kijk aan: de documentaire De tegenprestatie (2DOC/HUMAN) wil ons tonen, niet vertellen. Makers Monique Lesterhuis en Suzanne Raes plaatsten een groothoekcamera op een statief, zetten hem haaks op het gemeentelijke bureautje en registreerden als fly on the wall wat er aan het bureau voorvalt tussen de naamloze werklozen en ambtenaren. De tegenprestatie speelt in Rotterdam, waar de Participatiewet is ingevoerd. Die bepaalt dat bijstandsgerechtigden een tegenprestatie voor hun uitkering moeten leveren. Dat is, zo ervaren de meesten het althans, het slechte nieuws. De werkloze wordt een ijzeren „traject” in getrokken, dat de ambtenaar optimistisch uit de doeken doet, soms in onversneden betweter-Rotterdams, soms op een wat denigrerende, kinderlijke toon, meestal in prefab richtlijntaal. „Vanaf nu gaan we in oplossingen denken, niet meer in problemen”, klinkt het. De werklozen sputteren tegen, stamelen wat, vertellen hun levensverhaal.

Nu is die verplichte tegenprestatie in de media al dikwijls ter sprake gekomen, pas nog op hoge toon bij De Monitor (KRO-NCRV), maar zo direct en onversneden als het hier getoond wordt, is het opzienbarend. Doordat de makers dus niet als vertellers tussen de feiten en de kijker in staan. Dat ze wel degelijk iets te vertellen hebben bleek vanzelf – uit de montage. Lang en daardoor pijnlijk was het moment waarop de ambtenaar, een knappe jonge vrouw met een vrolijke trui, zwijgend zit te typen, terwijl de werkloze vijftiger tegenover haar, in vormeloze blauwe trui, afwacht. We zien haar typen en typen, hem met een lege blik rondkijken, terwijl ondertussen de
geluidsband doorloopt met de trainer die de ambtenaren het beleid uitlegde: ze moeten alles in een „trajectplan” vastleggen, om aan te kunnen tonen „wat voor fantastisch werk we doen”. Dan weet je het wel: in deze context is ‘oplossingen’ jargon voor ‘problemen’. De consequentie van de „voor-wat-hoort-wat-maatschappij”, zoals een ambtenaar het noemt, is natuurlijk een pakket aan formaliteiten en eufemismen.
Dat gaat zonder aanziens des persoons – dat is de keerzijde van de regels die regels zijn, een waarheid die De tegenprestatie schrijnend goed blootlegde. Een jonge man vraagt: wat is de meerwaarde van papierprikken als hij dan ook zijn hbo-studie kan afronden? En een man van 64, die bij sollicitaties steeds hoorde dat hij „overgekwalificeerd” was: „Zeg dan gewoon dat ik te oud ben.
Dan ben je eerlijk!”

Related news

Interview Humo De Tegenprestatie

Interview Humo De Tegenprestatie
19-10-2015

Wie gruwelt bij het idee dat de federale regering de ‘gemeenschapsdienst’ zou invoeren,… >> lees meer Wie gruwelt bij het idee dat de federale regering de ‘gemeenschapsdienst’ zou invoeren, kan deze avond met een bang hartje afstemmen op de Nederlandse documentaire ‘De tegenprestatie’. ‘Jullie Belgen geven het tenminste nog een mooie naam,’ zegt Monique Lesterhuis, die samen metSuzanne Raes de regie op zich nam.

'In Nederland zijn we sinds kort in een soort 'voor wat, hoort wat'-cultuur beland: mensen die leven van de sociale bijstand móéten iets terugdoen.'

HUMO Wat is die tegenprestatie precies?

Monique Lesterhuis «Sinds onze vorige documentaire, ‘Sta me bij’, is de crisis in al zijn hevigheid losgebarsten. Allerlei voorzieningen waar de overheid voor instond, verdwijnen langzamerhand. Uit die omslag ontstond onze ‘participatiesamenleving’. Nogal een duur woord, maar het betekent gewoon dat de overheid zegt dat de burgers meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en meer zelf moeten doen. En mensen die leven van de sociale bijstandmoeten dus iets terugdoen. Zo zijn we in Nederland sinds kort in een soort ‘voor wat, hoort wat’-cultuur beland.»
HUMO Erg sociaal klinkt dat niet. Lesterhuis «In de film zien we dat de bijstandtrekkers erg moeten wennen aan dat idee, maar op zich zijn ze het erover eens dat ze iets terug moeten doen voor hun geld. Maar wát ze moeten doen, stuit nogal eens op weerstand. Zeker als je als vuilnisman papier moet gaan prikken op straat, met een oranje hesje aan. Uiteraard schamen veel mensen zich daarvoor.»
HUMO In Vlaanderen speelt minister van Werk Philippe Muyters met het idee om jongeren met een foute werkattitude te laten sporten, en ze zo klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Zoiets bestaat in Nederland? Lesterhuis «Ja, dat gebeurt al in Rotterdam. Dat programma heet ‘Bewegen naar werk’ en is niet enkel gericht op jongeren.»

HUMO Uw documentaire speelt zich volledig af in Rotterdam. Waarom net die stad?
Lesterhuis «Alle gemeenten mogen sinds dit jaar zelf beslissen of ze een tegenprestatie vragen en hoe die er dan uit moet zien. In Rotterdam bestaat het systeem al langer, en zijn ze heel streng. Dat papier prikken, bijvoorbeeld, komt ook uit Rotterdam: daar moeten bijstandsgerechtigden – zo zijn er 38.000 in de stad – dat vijftien weken lang doen. »Belgische gemeentebesturen – en filmploegen – zijn trouwens al langs geweest in Rotterdam. Er wordt naar de stad gekeken. »Maar het is niet omdat we in het strenge Rotterdam filmden, dat we daarom een politieke boodschap wilden brengen. Integendeel: ons doel was die maatschappelijke omslag te observeren, als een soort fly on the wall. Al hopen we dat burgers in andere gemeenten ook beginnen na te denken over wat het gemeentebestuur van hen mag vragen, en wat niet. Zo zou het niet meer enkel door de overheid opgelegd worden en wordt het systeem echt participatief. We denken dus wel dat de documentaire discussies zal losweken.»
HUMO Hoe reageerden de ambtenaren van de sociale bijstandsdienst toen ze zichzelf in de film aan het werk zagen?
Lesterhuis «Voor hen was het natuurlijk heel herkenbaar. Maar als je je eigen werk ziet door de ogen van een ander, gaan je wel bepaalde dingen opvallen. Zo schrokken ze toen ze merkten
hoeveel moeilijke woorden ze gebruiken in hun uitleg. Ambtenaren hebben nogal de neiging om woorden in de mond te nemen die je in het dagelijkse leven nooit zou gebruiken. ‘Inspanningsverplichting’, bijvoorbeeld – wie zou dat nu zeggen?»
HUMO We halen er alvast de nieuwe Dikke Van Dale bij!